Verslag workshop Brein bewust Onderwijs; hoe doe je dat?

Wie heeft breinkennis? Voor het onderwijs? In deze workshop werd er een verbinding gezocht tussen breinkennis en onderwijswetenschap. Vaak is er weinig contact tussen beide werelden. Studenten van de Marnix Academie doen verslag:

Dat terwijl (neuro)biologen veel kennis hebben over de werking van de hersenen, zijn leerkrachten de echte breinontwikkelaars. Jan Jaap Wietsma van het Greijdanus College in Zwolle onderzoekt of en hoe je kennis uit de neurowetenschappen kunt toepassen, zodat leerkrachten hun didactisch handelen kunnen verbeteren. Door middel van zijn Professionele Leergemeenschap (PLG) stimuleert hij breinbewust onderwijs op Greijdanus, een school met gereformeerd voortgezet onderwijs voor alle leerjaren vmbo en havo/vwo.

De PLG heeft als doel leerkrachten, ouders en leerlingen meer bewust te maken over de werking van de hersenen om ze meer in staat te stellen hun opvoeding/didactiek/manier van leren af te stemmen op de werking en behoeften van de hersenen. Vandaar de benaming breinbewustzijn. De PLG bestaat uit leergierige collega’s uit verschillende teams binnen de school en is gestart met het uitzoeken van een eigen onderzoeksvraag en het geven van workshops aan diens collega’s en ouders van de leerlingen van de school.

Eén van de initiatieven van deze PLG was de ‘Week van het brein’. Hierbij worden modules gegeven over de verschillende delen en functies van de hersenen. “Een beetje aardrijkskunde van de hersenen”. Tevens werd een thema voor ouders georganiseerd over o.a. motivatie, executieve functies en breinontwikkeling. Daarnaast werd voor de collega’s van de deelnemers van de PLG een ‘Breinbewust week’ georganiseerd. Deze week viel samen met de Brain Awareness Week van de Dana Alliance for Brain Initiatives: een internationaal initiatief waar hersenen, hersenletsel en hersenonderzoek centraal staan.

Tijdens de Breinbewustweek hebben de betrokken leerkrachten elke dag een stelling gepubliceerd over diverse brein- en onderwijsfeiten en -fabels. Het was een soort poll om te zien wat leerkrachten en leerlingen weten over de hersenen. Tevens diende het als manier om breinkennis te verspreiden. Op soortgelijke manier werd het belang van kennis over de werking van het brein voor het onderwijs geïllustreerd tijdens de workshop, namelijk door middel van allerlei oefeningen. Zo liet hij een foto zien en vroeg hij aan de deelnemers: “Wat valt je op?’. Daarbij ging het om associaties en de 10.000 verbindingen die een zenuwcel kan maken.

Ook werd de deelnemers van de workshop gevraagd een gedichtje te onthouden: sommige moesten het van het bord af leren en andere kregen de tekst voor hun neus. Hierbij ging het om het actief geheugen en hoe wij kennis echt vast kunnen houden. Bij de uitleg werd een vergelijking gemaakt met een salade. Om een lekkere salade te maken heb je diverse ingrediënten nodig, zo ook in een lesactiviteit. Het ging daarbij om aandachtblindheid, voldoende pauzes inroosteren, afwisseling inbouwen, 20 minuten leren en 10 minuten ontspannen en alles wat het brein niet nodig heeft zoals mobieltjes verwijderen. Met als slotvraag: ‘Gebruik jij voldoende ingrediënten in jouw les activiteit?’.